Wetgeving Camerabewaking

Bewakingscamera’s zijn nu al een vertrouwd fenomeen. We voelen er ons aan de ene kant veiliger door maar aan de andere kant wordt ons dagelijks doen en laten voortdurend in beeld gebracht. Onze privacy is hierdoor flink aangetast.

Wie een bewakingscamera installeerde, moest vroeger de Privacywet naleven. Met de tijd is echter gebleken dat er een specifieke wet nodig was om de privacy van de burger optimaal te beschermen. Enkel op die manier kon men het best tegemoetkomen aan de belangen van alle partijen: de filmer en de gefilmde. Daarom heeft het Parlement een wet gestemd die de plaatsing en ook het gebruik van bewakingscamera’s regelt, met name de Camerawet. Toch moet ook de Privacywet nog worden nageleefd in alle zaken die de bescherming van persoonsgegevens aanbelangen en die niet door de Camerawet zijn geregeld.

Wat is een bewakingscamera en wanneer moet de Camerawet worden nageleefd?

Volgens de Camerawet is een bewakingscamera:

  • elk vast of mobiel observatiesysteem;
  • met de bedoeling:
    • misdrijven te voorkomen, vast te stellen of op te sporen (bv. de vereniging van mede-eigenaars die vandalisme wil tegengaan in de inkomhal van een appartementsgebouw), of
    • overlast te voorkomen, vast te stellen of op te sporen (bv. gemeenten die vandalisme op hun grondgebied willen voorkomen), of
    • de openbare orde te handhaven (bv. tijdens een jaarlijkse braderie);
  • dat alleen voor deze doelen beelden verzamelt, verwerkt of bewaart.

Andere camera’s moeten in principe de voorschriften van de Privacywet naleven. Een voorbeeld hiervan is een gemeente die een webcam hangt op het marktplein, louter om beelden van het plein te laten zien aan de burgers en waarop toevallige passanten herkenbaar te zien zijn.

De voorschriften van de Camerawet moeten worden nageleefd van zodra de volgende twee voorwaarden vervuld zijn:

  • telkens als een bewakingscamera wordt geplaatst en gebruikt;
  • die een opdracht van bewaking en toezicht uitoefent.
Is de Camerawet altijd van toepassing? - Uitzonderingen

Bijvoorbeeld:

  • bewakingscamera’s die door een bijzondere wetgeving worden geregeld. De Voetbalwet is hier een voorbeeld van (met camerabewaking in bepaalde voetbalstadions);
  • bewakingscamera’s ten overstaan van de werknemer  opgesteld op een bewaakte arbeidsplaats met het oog op veiligheid en gezondheid, bescherming van de goederen van de onderneming, controle van het productieproces en controle van de arbeid van de werknemer. In de privésector moet dan cao (collectieve arbeidsovereenkomst) nr. 68 worden nageleefd.

Meer informatie over camera's op de werkvloer vindt u in de gelijknamige rubriek.

Het kan gebeuren dat op de arbeidsplaats zowel de Camerawet als cao nr. 68 over camerabewaking gelijktijdig worden toegepast. De praktijk wijst immers uit dat de beide doelen op hetzelfde moment aanwezig kunnen zijn en dat er vaak maar één camerasysteem gebruikt wordt. Een gekend voorbeeld is camerabewaking in een grootwarenhuis. Deze camera’s kunnen tegelijk dienen om toezicht te houden op de personeelsleden die de kassa bedienen en om misdrijven (bv. diefstal) te voorkomen, waarbij dan ook klanten gefilmd kunnen worden. Aan de ene kant moet de verantwoordelijke voor de verwerking dus de Camerawet eerbiedigen voor de personen die onder de Camerawet vallen (bv. de klanten) en aan de andere kant de Privacywet voor camerabewaking op de arbeidsplaats (het personeelslid dat de kassa bedient), met een aantal bijkomende, specifieke vereisten als cao nr. 68 van toepassing is.

Waar moet u rekening mee houden?

Wanneer u een bewakingscamera wil plaatsen en gebruiken, moet u rekening houden met het proportionaliteitsbeginsel.

Het proportionaliteitsbeginsel houdt in:

  • dat er een evenwicht moet bestaan tussen het belang van de verantwoordelijke voor de verwerking en het recht op de bescherming van het privéleven van de gefilmde persoon. Bijvoorbeeld: is het nodig dat er in de wachtkamer van een arts een camera wordt geïnstalleerd?;
  • dat de verwerking van de beelden passend en noodzakelijk moet zijn, m.a.w. de verantwoordelijke voor de verwerking moet nagaan of er geen andere maatregelen mogelijk zijn die minder ingrijpen in het privéleven van de gefilmde persoon. Het is bijvoorbeeld niet noodzakelijk dat een concertorganisator de ingang filmt van de concertzaal om erop toe te zien dat elke concertganger betaalt. Hij kan immers een of meerdere opzichters aan de ingang plaatsen die elke concertganger controleren op het bezit van een geldig toegangskaartje;
  • dat er geen overbodige beelden mogen verwerkt worden en dat de camera in principe niet mag gericht worden op een plaats waarvoor de verantwoordelijke voor de verwerking niet bevoegd is. Een dancinguitbater die een bewakingscamera plaatst mag zijn camera niet plaatsen in de richting van de straat, zodat hij eventuele amokmakers al van ver zou kunnen zien aankomen. Zulke beelden zijn niet alleen overbodig, want het overgrote deel van de weggebruikers is geen dancingbezoeker, laat staan een amokmaker, maar de uitbater is in principe ook niet gemachtigd om een publieke plaats zoals de openbare weg te filmen.

Waar mag u bewakingscamera's plaatsen?

De Camerawet heeft drie types van plaatsen voorzien.

Voor elke type plaats gelden andere of strengere voorschriften:

  • niet-besloten plaats: elke plaats die niet door een omsluiting is afgebakend en vrij toegankelijk is voor het publiek.
    Voorbeelden: de openbare weg, een marktplaats, een gemeenteplein, een niet afgesloten park, …;
  • besloten plaats voor het publiek toegankelijk: elk besloten gebouw of elke besloten plaats die uitsluitend bestemd is voor gebruik door het publiek.
    Voorbeelden: een handelszaak, shoppingcentra, grootwarenhuizen, een loketzaal van een bank, musea, een sportzaal, een restaurant, cafés, een kabinet van een dokter, …;
  • besloten plaats niet voor het publiek toegankelijk: elk besloten gebouw of elke besloten plaats die uitsluitend bestemd is voor gebruik door de gewoonlijke gebruikers.

Voorbeelden: een familiewoning, een appartementsgebouw (ook de gemeenschappelijke toegangshal), een kantoorgebouw (waar geen diensten aan het publiek worden aangeboden), fabrieken, …

Wanneer er twijfel bestaat over de soort plaats of als er verschillende plaatsen door eenzelfde camerasysteem worden gecontroleerd, zal het strengste regime van toepassing zijn. Zo zal bijvoorbeeld het regime van de voor het publiek toegankelijke besloten plaats moeten gehanteerd worden indien één camerasysteem zowel de frontoffice (de ruimte waar de klant staat) als de backoffice (de ruimte waar de bankbediende werkt) van een bank controleert.

Centrale figuur: de verantwoordelijke voor de verwerking

De verantwoordelijke voor de verwerking is dezelfde figuur als bij de Privacywet. Hij is dus de persoon die het doel en de middelen voor de verwerking bepaalt, hier het registreren van beelden. Het kan gaan om een natuurlijke persoon (bv. een arts), een rechtspersoon (bv. een bvba), een vereniging (bv. een sportclub) of een overheid (bv. de politie).

Het is de verantwoordelijke voor de verwerking die de wet moet naleven en verantwoordelijk zal gesteld worden wanneer de Camerawet wordt overtreden. Hij is bovendien ook contactpersoon zowel voor de gefilmde persoon als voor de controlerende overheid.

Een installateur van een bewakingscamerasysteem of de beveiligingsfirma die de bewakingscamera’s beheert, handelt steeds in opdracht van een verantwoordelijke voor de verwerking en kan als dusdanig niet als verantwoordelijke aanzien worden, maar enkel als een verwerker.

 

BRON: https://www.privacycommission.be/nl/bewakingscameras

 

Reageren is niet mogelijk